Speeltuin evolueert Het verschil tussen Lelystad en Zeewolde en de rest van Flevoland is opvallend groot. In Lelystad gaat het om 27 speeltuinen per duizend kinderen, in Zeewolde zijn dit er 23. Urk, Almere en Dronten hebben er ongeveer de helft, de gemeente Noordoostpolder slechts 10.
Overigens is de ene speeltuin de andere niet. Waar een
klassieke speeltuin bestond uit een schommel, een wip wap en een klimrek, zijn moderne speelplekken steeds vaker ingericht met natuurlijke materialen zoals boomstammen, keien en houtsnippers en bieden ruimte voor vrij spel. Ook worden ze vaker gecombineerd met sportelementen zoals een panna-kooi of een beweegroute.
WaterwijkWat niet uit het persbericht te halen is, is dat die verschillen tussen speeltuinen ook in Lelystad zijn te merken. Zo zijn er de ‘grotere’ speeltuinen - die overigens ook vaak financieel ondersteund worden - en de kleine (re) buurtspeeltuinen.
Vooral deze laatste hebben het moeilijk. Zo is er maart al eens aandacht gevraagd voor een speelplek in de
Waterwijk, waar de tegels los liggen. Bij navraag bij de gemeente, komt er een antwoord over een grotere speeltuin, die officieel geopend werd.
Bij doorvragen kwam het antwoord op de kleinere speeltuinen, die meegenomen worden in de wijkspeelplannen. Volgens een gemeentelijke medewerker is deze speelplaats oud en krimpen de rubberen tegels, waardoor ze makkelijk loslaten.
JolHet zou geen ideale situatie zijn, maar er is - volgens de gemeente - geen direct groot veiligheidsrisico. De vraag is nu of
de politiek er ook zo over denkt. Maar dit is niet het enige waar problemen zijn.
Ook van de wijk Jol komen klachten over het onderhoud van de speelplekken. De speeltuintjes tussen de koophuizen van Jol 13 en op het pleintje van 14 hebben vooral verouderde klimrekken en schommels.
Juist waar jonge mensen met jonge kinderen zijn gekomen. Hier kan toch geen sprake meer zijn van een zogenaamde klassiek speeltuin, maar zouden moderne speelplaatsen moeten komen met veel natuurlijke materialen.
Blog De Groene Mantelzorger