Tijdens de dagen 18, 21 en 24 oktober heeft Staatsbosbeheer een helikopter- en grondtelling uitgevoerd. Uit deze telling is gebleken dat er meer dieren - zowel edelherten, Konikpaarden als heckrunderen - zijn dan juist minder. Daarnaast blijft het een schatting, daar het blijkt dat het onmogelijk is om elk dier individueel te registreren. Telling
Het is voor Staatsbosbeheer moeilijk om het aantal edelherten in de Oostvaardersplassen terug te brengen tot de aantallen die men heeft afgesproken. Het lijkt zo te zijn, dat er zelfs 200 edelherten méér te zijn dan een jaar geleden.
Sterker nog, de toename van het aantal edelherten is het grootst, naast de andere grote grazers. Het aantal edelherten is van 1.900 naar 2.100 gegaan. Bij de Konikpaarden zijn er 50 dieren meer dan in oktober 2021 en bij de heckrunderen 20 dieren meer.
Lastige doelstelling
Voor Staatsbosbeheer zal het knap lastig worden om de doelstelling van het aantal dieren op korte termijn te halen. In oktober gaf de organisatie reeds aan, dat er extra maatregelen nodig zijn om het aantal edelherten ‘terug te brengen naar 500 dieren’.
Toen werd al gezegd dat het niet zal gaan lukken in deze winter en de vraag was of dat het zal lukken om het aantal volgend jaar december wél te halen. Zoals het er nu voorstaat, zal Staatsbosbeheer terug moeten van 2.100 naar 500 edelherten.
Afschotdoel
Het doel dat in 2018 werd gesteld, was om zo’n 500 edelherten, 300 heckrunderen en 300 Konikpaarden in het gebied te houden. Gezien de tellingen zullen zo’n 1.600 edelherten, 50 Konikpaarden en 100 heckrunderen moeten ‘verdwijnen’. Dit is uit het gebied halen, afschieten of naar het slachthuis.
Volgens Staatsbosbeheer zijn er 213 edelherten de afgelopen drie maanden afgeschoten. Men wil nu de afschotperiode verruimen van 15 maart naar 1 mei. Daarnaast afschieten tussen zonsondergang en zonsopkomst.
(Bronnen: De Stentor, Omroep Flevoland, lelystad.nieuws.nl)