Geen plan zonder de jonge gedetineerde

26 apr 2021, 20:06 Gemeente
jji lelystad
JJI Lelystad

De provincie Flevoland is het afgelopen anderhalf jaar het proefgebied geweest voor een andere werkwijze voor een goede reïntegratie van jongeren in de maatschappij. Voortaan worden de jongere gedetineerden persoonlijk begeleid bij terugkeer in de maatschappij. De werkwijze van Flevoland zal landelijk ingevoerd gaan worden.

De zes gemeenten in Flevoland, de jeugdgevangenis Lelystad, de reclassering, de Kinderbescherming, GGD Flevoland en andere organisaties hebben zich akkoord verklaard met de nieuwe aanpak.

Rijksoverheid
In de meeste gemeenten is een gemeentelijke coördinator Nazorg, die (ex-)gedetineerden ondersteunt bij de terugkeer in de samenleving. Wanneer een gedetineerde vrijkomt, moeten de basisvoorwaarden zijn geregeld. Dit zijn werk en inkomen, huisvesting, financiën en schulden, geldig ID, zorgverzekering en zorg.
Bij deze werkwijze werden de afspraken onderling gemaakt door instanties, maar had de jongere zelf nauwelijks wat te vertellen.

Nieuwe aanpak
Bij de nieuwe werkwijze is een belangrijke rol voor de gemeente weggelegd. De gemeente is nl verantwoordelijk voor het jeugdbeleid. Er wordt bij deze werkwijze samengewerkt tussen gemeente en instanties - aan de zogeheten nazorgtafel - waarbij de jongere zelf het middelpunt is.

Sterker nog: de jongere is de volle honderd procent bij het traject betrokken. Hij of zij heeft een stem in zijn eigen plan. Er kan geen plan opgesteld worden zonder dat daarbij de jongere is gehoord, zijn of haar gedachten op tafel zijn gelegd en groen licht is gekomen.

Men verwacht dat door de eigen stem voor 100% mee te laten wegen, de kans op slagen vele malen groter zal zijn. De jongere gaat nl zijn eigen plan uitvoeren, waarbij hulp en ondersteuning wordt gegeven. Uiteindelijk zal dit moet leiden tot een veiligere samenleving. Tevens wordt er gewerkt aan meerdere kansen voor de jongeren.

Met deze aanpak heeft de jongere inspraak gehad in wat hij of zij zelf wil. Er kan aangegeven worden wat voor baan gewild wordt, wat voor woonruimte. Tevens is er altijd begeleiding als er toch wat mis dreigt te lopen.
Al bij al klinkt het logisch, maar het heeft wel een tijd geduurd voordat dit plan is uitgedacht en uitgewerkt. Belangrijk is dat de betrokken organisaties meer tijd kwijt zullen zijn aan begeleiding per jongere. Voorheen werd dit gezien als een probleem, nu wordt het gezien als een investering die op de duur tijd op zal moeten leveren.

(Bronnen: Rijksoverheid, Omroep Flevoland)